Sign. - Geen huurovereenkomst na afbreken van onderhandelingen als gevolg van arbeidsconflict


Werknemer richt ten behoeve van werkgever een bedrijfspand op, met als doel het aan hem te verhuren. Vervolgens is er een arbeidsconflict ontstaan, waarna de onderhandelingen betreffende de huurovereenkomst zijn afgebroken. De vraag of er een huurovereenkomst tot stand is gekomen, wordt door het hof ontkennend beantwoord. Het definitieve huurcontract is begin mei 2003 aan werkgever overhandigd, waarna het op 30 juni 2003 binnen het bedrijf van werkgever is besproken. Gesteld noch gebleken is dat sprake was van een gave en onvoorwaardelijke instemming van werkgever met dit contract en mededeling daarvan aan werknemer. Bovendien is het huurcontract door geen van partijen ondertekend. Maatstaf voor beoordeling van de schadevergoedingsplicht bij afgebroken onderhandelingen is dat partijen vrij zijn onderhandelingen af te breken, tenzij dit conform het gerechtvaardigde vertrouwen van de wederpartij in het tot stand komen van de overeenkomst of in verband met andere omstandigheden van het geval onaanvaardbaar zou zijn. Het ontstaan van een arbeidsconflict staat er op zichzelf niet aan in de weg dat werkgever de onderhandelingen afbreekt. Bij een zodanig verstoorde arbeidsverhouding dat er geen basis bestaat voor een vruchtbare samenwerking, is het niet logisch een langdurige huurovereenkomst aan te gaan. Emoties spelen bij een arbeidsconflict vaak een grote rol, waardoor het op een zakelijke wijze met elkaar omgaan wordt bemoeilijkt. Het hof gaat er dan ook van uit dat er geen huurovereenkomst is ontstaan. Wel brengen de omstandigheden van het geval met zich mee dat werkgever in beginsel gehouden is de door werknemer gemaakte kosten te vergoeden. Het hof gaat er daarbij van uit dat de door werknemer na het afbreken van de onderhandelingen genomen beslissingen betreffende de bouw en exploitatie van het bedrijfspand…

Verder lezen
Terug naar overzicht