Sign. - Geen intrekking statutaire rechten OR met beroep op Zorgbrede Governancecode


De ondernemer, een zorginstelling voor geestelijke gezondheidszorg, verzoekt zijn OR om advies over afschaffing van twee statutaire bevoegdheden van de OR, te weten het voordrachtsrecht terzake van leden van de Raad van Toezicht en het adviesrecht over bij wijzigingen van de statuten. De ondernemer stelt dat hij met het vervallen van deze rechten zo dicht mogelijk wil aansluiten bij de aanbevelingen uit de eind 2005 tot stand gekomen Zorgbrede Governancecode (de Code). De OR meent dat deze Code niet meebrengt dat beide rechten moeten komen te vervallen en dat hier ook overigens geen gronden voor zijn. De OK oordeelt dat uit de Code niet af te leiden valt dat de opstellers ervan hebben beoogd dwingend voor te schrijven dat leden van een Raad van Toezicht niet op voordracht zullen worden benoemd. Integendeel, in de Code wordt weliswaar vooropgesteld dat een voordrachtsrecht onwenselijk is, maar wordt uitdrukkelijk ruimte gelaten voor het laten voortbestaan van statutaire voordrachtsrechten. De door de ondernemer gestelde intentie om zoveel mogelijk bij de Code te willen aansluiten, volstaat daarom niet als motivering voor het besluit. Dat de onafhankelijkheid en transparantie in de Raad van Toezicht bevorderd worden door het ontnemen van het voordrachtsrecht aan de OR valt, volgens de OK, zonder nadere toelichting niet in te zien, zeker nu de OR, zoals hij onweersproken heeft gesteld, geen enkele invloed heeft op het functioneren van en het innemen van standpunten door de eenmaal op zijn voordracht benoemde kandidaat. Dat de Code zou nopen tot het ontnemen aan de OR van het recht om zijn mening kenbaar te maken over een statutenwijziging valt in het geheel niet in te zien. Ook de overige argumenten…

Verder lezen
Terug naar overzicht