Sign. - Geen misbruik van verrekening of pauliana


Van situaties als bedoeld in art. 53 of 54 Fw is geen sprake, zodat de daarop gegronde vorderingen van de curator stranden. De curator heeft voorts aan zijn vorderingen ten grondslag gelegd dat gedaagden met betrekking tot de overdracht van de materiële activa en (de door hem gestelde) overdracht van de activiteiten en de klanten van failliet aan gedaagde, paulianeus in de zin van art. 42 Fw zouden hebben gehandeld. Volgens de curator zou voor de vraag of sprake is van wetenschap van benadeling, hoewel de periode tussen de datum van het verrichten van de rechtshandelingen en de datum van het faillissement meer dan één jaar is, het bewijsvermoeden van art. 43 Fw moeten gelden. De rechtbank overweegt dat uit de wetsgeschiedenis wellicht valt af te leiden dat de opsomming van situaties die wordt gegeven in art. 43 lid 1 sub 1 Fw niet limitatief is bedoeld, maar dat hieruit niet blijkt dat de in art. 43 lid 1 Fw genoemde termijn van één jaar een vrijblijvende termijn is die, afhankelijk van de omstandigheden van het geval, uitgebreid zou kunnen worden tot een periode van langer dan één jaar. De rechtbank verwerpt stelling van de curator. De curator heeft voorts gesteld dat het enkele feit dat alle activa (en activiteiten) van failliet werden overgedragen er slechts toe kon leiden dat die onderneming ten dode was opgeschreven en dat daardoor de schuldeisers berooid zouden achterblijven. De rechtbank overweegt dat uit het bepaalde in art. 42 lid 2 Fw volgt dat de rechtshandeling waarbij de materiële activa door failliet aan gedaagde werden overgedragen, slechts kan worden vernietigd indien zowel failliet als gedaagde wisten…

Verder lezen
Terug naar overzicht