Sign. - Geen nihilstelling partneralimentatie wegens inkomensterugval


M en V zijn in 1980 met elkaar gehuwd, welk huwelijk in 2006 door echtscheiding is ontbonden. Bij de vaststelling van de draagkracht voor partneralimentatie is aan de inkomenszijde van M onder meer uitgegaan van een belastbaar loon van € 136.412 per jaar.
M is werkzaam als notaris en oefent zijn notarispraktijk uit door middel van een Praktijk BV. De aandelen van Praktijk BV worden gehouden door Beheer BV, waarvan M de aandelen houdt.
M verzoekt het hof (met gebruikmaking van artikel 329 Rv (prorogatie)) de door hem te betalen partneralimentatie vast te stellen op nihil. Zijn belastbaar inkomen is sinds 1 januari 2012 gewijzigd van € 136.412 per jaar naar € 85.000 per jaar, hetgeen – aldus M – een relevante wijziging van omstandigheden in de zin van artikel 1:401 lid 1 BW is. Volgens M kampt zijn notariskantoor al enige jaren met aanzienlijke omzetdaling en heeft hij advies gevraagd aan zijn accountant over wat een redelijk en verantwoord salaris is. De accountant heeft daarop medegedeeld een bruto jaarsalaris van minimaal € 74.250 en maximaal € 94.500 redelijk en verantwoord te achten, waarop M zijn salaris heeft verlaagd naar € 85.000 per jaar. Met die verlaging is de Belastingdienst akkoord gegaan.
Het hof is van oordeel dat de liquiditeit en de solvabiliteit van de ondernemingen niet in gevaar komen bij handhaving van het salaris, dan wel toekenning van dividend, tot het oude niveau. De reserves in de BV beliepen in 2005 respectievelijk € 148.798 (Praktijk BV) en € 842.086 (Beheer BV). Uit de…

Terug naar overzicht