Sign. - Geen normale bedrijfsuitoefening


De wetgever heeft met het begrip "normale bedrijfsuitoefening" in art. 1:88 lid 5 BW een wezenlijke beperking op de uitzondering van lid 5 beoogd. De toestemming van de andere echtgenoot is alleen dan niet vereist indien de rechtshandeling waarvoor de in art. 1:88 lid 1 sub c BW bedoelde zekerheid wordt verstrekt, zelf behoort tot de rechtshandelingen die in de normale uitoefening van een bedrijf plegen te worden verricht. Daarbij kan belang toekomen aan omstandigheden waaronder de borgstelling tot stand is gekomen (Hr 8 juli 2005, «JOR» 2005/233). in het onderhavige geval is de kredietovereenkomst met inbegrip van de borgstelling gesloten met het oog op de langlopende financiering van de onderneming. in zoverre is gehandeld in de normale uitoefening van het bedrijf. Desondanks was toestemming van eiseres vereist. Bij de omzetting van de kredietovereenkomst is een aantal zekerheden komen te vervallen, die door de persoonlijke vennootschappen van C (echtgenoot van eiseres) en A waren aangegaan. Daarvoor is de borgstelling in privé door C en A in de plaats gekomen, zonder dat de bank extra krediet heeft verstrekt. C is derhalve in privé aansprakelijk geworden voor een vordering waarvoor hij voordien niet persoonlijk aansprakelijk was, zonder dat dit hem respectievelijk de bv financieel voordeel opleverde. Deze omstandigheden maken dat het aangaan van de persoonlijke borgstelling geacht wordt niet te behoren tot de normale bedrijfsuitoefening van de bv, zodat daarvoor de toestemming van eiseres was vereist. Eiseres kan in beginsel een beroep doen op vernietiging van de borgstelling.
(Rb. Haarlem 25 april 2012, LJN BW4453, «JOR» 2013/77)

 

Verder lezen
Terug naar overzicht