Sign. - Geen onrechtmatig handelen DNB jegens Icesave spaarders


Aan de orde is de vraag of DNB onrechtmatig heeft gehandeld jegens de personen van wie het Nederlandse bijkantoor van Landsbanki meer dan € 100.000 aan deposito's en andere terugbetaalbare gelden in ontvangst heeft genomen. De verwijten van Icesaving-Vereniging gedupeerde Icesave spaarders vallen in drie onderdelen uiteen: (i) DNB had (het Nederlandse bijkantoor van) Landsbanki niet, althans niet zonder meer, in Nederland mogen toelaten; (ii) DNB had de aanvullende deelname van Landsbanki aan het Nederlandse DGS niet, althans niet zonder meer, mogen toestaan; en (iii) DNB had in het kader van het doorlopend liquiditeitstoezicht op het Nederlandse bijkantoor van Landsbanki eerder handhavend moeten optreden. Vraag is of DNB, mede gegeven haar wettelijke taken en bevoegdheden, in dit verband als behoorlijk en zorgvuldig handelend (prudentieel) toezichthouder is opgetreden, anders gezegd: of het door DNB op het Nederlandse bijkantoor van Landsbanki uitgeoefende liquiditeitstoezicht voldoet aan de eisen die aan een behoorlijk en zorgvuldig toezicht moeten worden gesteld. Daarbij komt het aan op alle omstandigheden van het geval. DNB voert aan dat het Nederlandse bijkantoor van Landsbanki steeds aan de Nederlandse liquiditeitsvereisten heeft voldaan. Met die enkele omstandigheid is nog niet gezegd dat DNB geen verwijt treft. Beoordeeld moet worden of DNB buiten het uitoefenen van liquiditeitstoezicht in strikte zin steken heeft laten vallen. Daarbij is mede van belang dat de financiële positie van een bijkantoor, als onzelfstandige juridische entiteit, niet alleen wordt bepaald door de eigen liquiditeit maar ook door de financiële positie van de rechtspersoon waarvan het deel uitmaakt. In het door de Bankenrichtlijnen in het leven geroepen stelsel van gedeeld…

Verder lezen
Terug naar overzicht