Sign. - Geen ontbinding op grond van een dringende reden voor het geval diezelfde dringende reden niet blijkt te bestaan


Werknemer is op staande voet ontslagen wegens onder andere herhaaldelijk te laat verschijnen op werk. Verzoekster verzoekt de kantonrechter thans, voor het geval in rechte onherroepelijk komt vast te staan dat de arbeidsovereenkomst niet reeds is geëindigd door het ontslag op staande voet, de arbeidsovereenkomst te ontbinden per zo spoedig mogelijke datum primair op grond van een dringende reden, subsidiair op grond van veranderingen in de omstandigheden zonder toekenning van een vergoeding aan verweerder. De primaire vordering wordt afgewezen. Er kan geen ontbinding worden uitgesproken op grond van een dringende reden voor het geval diezelfde dringende reden niet blijkt te bestaan. Wel acht de kantonrechter genoegzaam gebleken dat de arbeidsverhouding is verstoord. Werkgever heeft meermalen werknemer op zijn gedrag aangesproken en hem gewaarschuwd. De kantonrechter volgt het verweer van werknemer dat het slechts om futiliteiten ging niet. Aan de andere kant dient bij een voorwaardelijke ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van veranderingen in de omstandigheden in deze procedure ten nadele van verzoekster te worden meegewogen dat zij verweerder ten onrechte op staande voet heeft ontslagen. Het is verzoekster geweest die voor het ultimum remedium van het ontslag op staande voet heeft gekozen en indien dat ontslag in rechte geen stand houdt, dienen de gevolgen daarvan voor haar rekening te komen. In deze omstandigheden acht de kantonrechter een neutrale ontbinding gerechtvaardigd. (Ktr. Eindhoven 2 september 2008, LJN BF0912) 

Verder lezen
Terug naar overzicht