Sign. - Geen rechtsreeks verband – pandrecht niet gevestigd


 

Anders dan appellanten aanvoeren, is op zichzelf beschouwd niet doorslaggevend dat hun pandakte eerder zou zijn geregistreerd dan die van de bank. De vraag is immers of de vorderingen onder die pandakte als verpand gelden. Volgens art. 3:239 lid 1 BW kan een stil pandrecht op een vordering op naam worden gevestigd mits deze vordering op het tijdstip van de vestiging van het pandrecht reeds bestaat of rechtstreeks zal worden verkregen uit een dan bestaande rechtsverhouding. Het geschil spitst zich toe op de vraag of de vorderingen op het tijdstip van de vestiging van het pandrecht rechtstreeks zouden worden verkregen uit een toen bestaande rechtsverhouding. Sedert 1996 respectievelijk 2003 bestonden er tussen Martinair en Schutter als opdrachtgevers enerzijds en DAt als vervoerder in gespecialiseerd luchtvaarttransport anderzijds mondelinge duurovereenkomsten, waarbij DAt zich jegens hen tegen in grote lijnen gelijkblijvende condities had verbonden om praktisch dagelijks op hun afroep zorg te dragen voor de afwikkeling van luchtvervoersopdrachten naar een aantal vaste bestemmingen, waarvoor DAt dagelijks capaciteit beschikbaar hield en beschikte over een aangepaste logistieke infrastructuur. Dan geldt nog steeds als vereiste dat de vorderingen uit die bestaande rechtsverhoudingen rechtstreeks zouden worden verkregen. Die eis zal als regel geen probleem opleveren in het geval van duurovereenkomsten zoals huur-, pacht- en arbeidsovereenkomsten, waarbij de over en weer te verrichten terugkerende prestaties tevoren al (geheel of grotendeels) zijn vastgesteld, en evenmin in het geval van een (raam)onderhoudsovereenkomst met een aannemer (Hof 's-Hertogenbosch 2 februari 2010, «JOR» 2010/139, volgens welk arrest iedere gegeven opdracht reeds voortvloeide uit de (raam)overeenkomst). Hier ligt het evenwel anders. Appellanten…

Verder lezen
Terug naar overzicht