Sign. - Geen relevante wijziging van omstandigheden


Aan de orde is de vraag of zich een relevante wijziging van omstandigheden heeft voorgedaan, waardoor de tussen partijen bij echtscheidingsconvenant gemaakte afspraken dienen te worden gewijzigd, omdat zij niet langer aan de wettelijke maatstaven voldoen.
Bij uitspraak van 27 maart 1998 (NJ 1998, 551, LJN ZC2618) heeft de Hoge Raad geoordeeld dat ingevolge artikel 1:401 lid 1 BW een overeenkomst betreffende levensonderhoud bij rechterlijke uitspraak kan worden gewijzigd of ingetrokken wanneer zij nadien door wijziging van omstandigheden ophoudt aan de wettelijke maatstaven te voldoen, maar dat die bepaling de rechter in beginsel vrij laat te beoordelen aan welke omstandigheden hij bij zijn beslissing omtrent het verzoek tot wijziging betekenis wil toekennen, en zo ja, welke betekenis. Het hof overweegt dat door zijn terugkeer naar Nederland de inkomsten en lasten van M zijn gewijzigd, zodat sprake is van een wijziging van omstandigheden. Het hof ziet zich aldus voor de vraag gesteld of deze wijziging van omstandigheden een relevante wijziging is die een hernieuwde beoordeling van behoefte en draagkracht rechtvaardigt.
Vaststaat dat M het door partijen op 3 september 2009 ondertekende echtscheidingsconvenant heeft opgesteld. M en V hebben in dat convenant afspraken gemaakt ten voordele en ten nadele van ieder der partijen en zij zijn daarbij bewust afgeweken van de Nederlandse wettelijke maatstaven. Zo heeft V afgezien van het eigendomsrecht van de voormalige echtelijke woning in Suriname en heeft geen pensioenverevening plaatsgevonden in ruil voor de overeengekomen bijdrage in de kosten van haar levensonderhoud. Het hof stelt vast dat M vrijwillig naar Nederland is teruggekeerd. Niet, althans onvoldoende, is gebleken dat hij zich door de onveilige situatie in Suriname na de sluiting van het…

Verder lezen
Terug naar overzicht