Sign. - Geen schending van de zorgplicht bedoeld in art. 7:658 BW


Werknemer werkt als vrachtwagenchauffeur bij Autotop. In de uitoefening van zijn werkzaamheden komt hij bij een tankstation ten val bij het uitstappen van zijn vrachtwagen. De vraag waar het in cassatie om gaat is of de omstandigheden, die Autotop kende, aanleiding hadden dienen te zijn voor Autotop om chauffeurs zoals werknemer daar niet meer te laten tanken of straffe van het schenden van de zorgplicht van werkgever. Het hof oordeelt dat dit niet het geval is en heeft enkel vastgesteld dat (Autotop wist dat) het tankstation ‘nu bepaald niet doorlopend een toonbeeld van properheid was te noemen’ en dat sprake was van ‘minder schone omstandigheden’. Deze oordelen zijn in cassatie onbestreden gebleven. Het hof heeft bovendien in aanmerking genomen dat (i) werknemer een ervaren beroepschauffeur is die redelijkerwijs op de hoogte kan zijn van de gevolgen van het knoeien met diesel bij tanken, (ii) van algemene bekendheid is dat met enige regelmaat wordt geknoeid op tankstations, (iii) werknemer de situatie ter plaatse kende (iv) en van een opdracht om aldaar te tanken geen sprake was, al is het wel zo dat Autotop haar chauffeurs bij voorkeur bij het betreffende tankstation liet tanken. De Hoge Raad oordeelt dat het oordeel van het hof dat Autotop, door onder deze omstandigheden haar chauffeurs niet te verbieden nog langer te tanken bij het betreffende tankstation, geen zorgplicht heeft geschonden tegenover werknemer omdat de gestelde gevaarzetting daartoe te beperkt is, geen blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting. De zorgplicht bedoeld in art. 7:658 BW is dus naar het oordeel van de Hoge Raad niet geschonden.

(HR 20 februari 2009…

Verder lezen
Terug naar overzicht