Sign. - Geen schending zorgplicht DsB


Vraag is of guérin de bedragen die zij van DSB Bank heeft geleend voor de overlijdensrisicoverzekering en de arbeidsongeschiktheidsverzekering verschuldigd is. Hierbij gaat het mede om optreden van DSB als intermediair; de overlijdensrisicoverzekering is immers bij een derde ondergebracht. Er zijn drie hoofdpunten in dit geschil, te weten (i) de vraag of guérin tijdig heeft geklaagd, (ii) de vraag of hier sprake is geweest van een onaanvaardbare koppelverkoop met woekerpolissen, en (iii) de vraag of DSB, in de verschillende hoedanigheden waarin zij hier is opgetreden, heeft gehandeld in strijd met haar contractuele of buitencontractuele verplichtingen. Tijdig geklaagd? De klachten zijn niet binnen de in art. 6:89 BW bedoelde bekwame tijd geuit; een termijn van meer dan drie jaren is immers veel langer dan die wettelijke termijn. Hierop stuit het beroep op verrekening af. De hoofdvorderingen van de curatoren zijn dus toewijsbaar. De rechtbank zal echter, geheel ten overvloede, nog ingaan op de beide andere hoofdpunten van het geschil. Onaanvaardbare koppelverkoop met 'woekerpolissen'? Voor zover het betoog van guérin de strekking heeft dat DSB door haar handelwijze met betrekking tot de beide verzekeringen de regel van art. 33 Wck heeft geschonden, kan de rechtbank haar niet volgen. Deze wet is niet van toepassing op de overeenkomst. Strijd met de zorgplicht of andere verplichtingen? DSB heeft een klantenprofiel gemaakt waarin aandacht is besteed aan de vermogens- en inkomenspositie van guérin. Zij heeft dit stuk medeondertekend. Zij heeft niets gesteld waaruit kan volgen dat DSB in dit opzicht haar verplichtingen als verantwoord handelende kredietverlener of tussenpersoon heeft geschonden. (Rb. 's Gravenhage…

Verder lezen
Terug naar overzicht