Sign. - Geen termijnstelling


Art. 58 Fw strekt ertoe de curator en de boedel te beschermen tegen het talmen van de separatist. De curator kan een pandhouder een redelijke termijn stellen waarbinnen deze zijn rechten moet uitoefenen. laat de pandhouder deze termijn ongebruikt verstrijken, dan kan de curator de verpande goederen opeisen en de executie daarvan zelf ter hand nemen. De pandhouder houdt dan weliswaar zijn voorrang, maar hij moet meedelen in de omslag van de algemene faillissementskosten waardoor zijn opbrengst (veel) lager zal zijn. Mocht de curator ervoor kiezen gebruik te maken van de bevoegdheid een termijn te stellen, dan moet hij hiertoe een verklaring doen aan de pandhouder. Zo'n verklaring is vormvrij en kan in principe een verwijzing naar de wetsbepaling missen, maar het moet de geadresseerde pandhouder wel zonder meer duidelijk zijn dat de curator heeft beoogd een dergelijke termijn met dat rechtsgevolg te stellen. In de email van 4 mei 2011 schrijft de curator dat zij de beveiliging van het armadeterrein niet kan garanderen en zij verzoekt de bank "dan ook" voor 4 juni 2011 "de voertuigen af te halen en de executie te voltooien". gelet op zowel de motivering als de formulering van de email behoefde de bank aan deze email geen verdergaande strekking toe te kennen dan die van een verzoek om in verband met de beveiliging de executie voor de genoemde datum te voltooien en dus niet (ook) de strekking van een termijnaanzegging in de zin van art. 58 lid 1 Fw.
(Rb. Amsterdam 16 mei 2012, LJN BX1376, «JOR» 2013/119)

 

Verder lezen
Terug naar overzicht