Sign. - Geen uittreding vereist


De rechtbank buigt zich over de vraag of Rodolphe - eiser - als "beknelde minderheidsaandeelhouder" in de zin van art. 2:343 BW kan worden aangemerkt. Dit is het geval indien hij zodanig in zijn rechten en/of belangen is geschaad dat het voortduren van het aandeelhouderschap in redelijkheid niet van hem gevergd kan worden. Alle omstandigheden van het geval moeten bij de beoordeling worden betrokken. Een enkel handelen in strijd met de tussen partijen geldende redelijkheid en billijkheid is niet voldoende. Rodolphe is in zijn belangen geschaad door de onzorgvuldige procedure met betrekking tot het eerste ontslagbesluit en door het latere ontslag als bestuurder, in combinatie met de kennelijk ernstig verstoorde zakelijke en persoonlijke verhoudingen rond de opzegging van de personenvennootschap van Rodolphe, zijn broer frédéric en hun vader Henri door frédéric en Henri (ook los van de vraag door wie de onenigheid tussen de familieleden in eerste instantie is veroorzaakt). naar het oordeel van de rechtbank is deze belangenschending echter niet van dien aard dat het voortduren van het aandeelhouderschap niet van Rodolphe kan worden gevergd. Daarbij speelt, naast de zeer beperkte omvang van het aandelenpakket en het belang daarvan voor Rodolphe, een belangrijke rol dat gedaagden onweersproken hebben aangevoerd dat de rol die Rodolphe als bestuurder van Emba vervulde bescheiden was en niet meer tijd vergde dan circa twee dagen per jaar. Verder is van belang dat Rodolphe ten tijde van zijn ontslag - net als de overige bestuurders - zijn functie onbezoldigd vervulde. Bulten wijst er in haar noot op dat gedaagden in deze procedure ondubbelzinnig hadden aangeboden de aandelen van Rodolphe over te nemen. Om deze reden had de rechtbank haar…

Verder lezen
Terug naar overzicht