Sign. - Geen verlenging alimentatietermijn, ondanks dat beëindiging ingrijpend van aard is


V verzoekt om verlenging van de alimentatieverplichting van M, die op 15 december 2011 van rechtswege is geëindigd. Volgens V is de beëindiging van zo ingrijpende aard dat ongewijzigde handhaving van de termijn van twaalf jaar naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet van haar kan worden gevergd. V bewoont de voormalige echtelijke woning van partijen.
De rechtbank overweegt dat niet gebleken is dat V zich, ook niet nadat haar aanvankelijk een huurwoning ter beschikking was gesteld die haar – blijkens haar eigen brieven – wel beviel, na de echtscheiding heeft ingespannen om een andere geschikte woning te vinden. Naar het oordeel van de rechtbank had dit wel van haar mogen worden verwacht, gelet op de opgroeiende kinderen, haar gezondheidssituatie, de hoge woonlasten alsmede de wetenschap dat de alimentatieverplichting van M van rechtswege zou eindigen op 15 december 2011. De stelling van M dat de partneralimentatie destijds is aangepast op de hogere woonlasten, is door V niet weersproken. Ook heeft V niet betwist dat zij al die tijd staat ingeschreven bij de woningbouwvereniging voor een huurwoning. De rechtbank acht het niet aannemelijk dat er al die tijd geen andere geschikte woningen waren.
De rechtbank overweegt dat de termijn van twaalf jaar V voldoende gelegenheid heeft geboden om zich voor te bereiden op het eindigen van de partneralimentatie en haar levensstijl aan te passen aan de te verwachten toekomstige periode. In de door V gestelde problematiek rondom de kinderen, ziet de rechtbank hiervoor eveneens geen belemmeringen. De omstandigheid dat het volgens V lastig is om de woning te verkopen met de huidige economische crisis, maakt het vorenstaande niet anders. Immers, de rechtbank gaat bij de…

Verder lezen
Terug naar overzicht