Sign. - Geen verlenging inbewaringstelling


Een verplichting voor de failliet om mee te werken aan het te gelde maken van in het buitenland aanwezige activa door de curator, is niet uitdrukkelijk in de Faillissementswet opgenomen, maar is wel af te leiden uit het systeem van de wet, jurisprudentie en Parlementaire Geschiedenis. Art. 20 Fw bepaalt dat het faillissement het gehele vermogen van de schuldenaar ten tijde van de faillietverklaring omvat, zodat daaronder in beginsel ook vallen de in Suriname gelegen onroerende zaken die op naam staan van failliet. Hoewel de schuldenaar van rechtswege de beschikking en het beheer over zijn tot het faillissement behorende vermogen verliest, kan van hem de nodige medewerking verlangd worden om het de curator mogelijk te maken de onroerende zaken te gelde te maken, te meer nu tussen de curator en failliet niet in geschil is dat het in Nederland uitgesproken faillissement in Suriname niet erkend wordt en dat de Nederlandse rechter niet bevoegd is te oordelen over buiten het Rijk in Europa gelegen onroerende zaken. De verplichting tot medewerking aan het beheer en vereffening van de boedel past binnen het doel en het stelsel van de wet, sluit aan op wel uitdrukkelijk geregelde gevallen en doet recht aan de omstandigheid dat de failliet in het belang van de schuldeisers gehouden is in persoon alle vereiste medewerking te verlenen aan de vereffening van de boedel. Het middel van inbewaringstelling kan in beginsel worden toegepast bij de weigering van een gefailleerde om mee te werken aan het te gelde maken van zijn in het buitenland gelegen onroerende zaken. Bij beoordeling van het verzoek van de curator tot (hernieuwde) inbewaringstelling moet een afweging worden gemaakt tussen het belang van de schuldeisers en het…

Verder lezen
Terug naar overzicht