Sign. - Geen veroordeling tot betaling wettelijke rente


De vorderingen tot betaling van wettelijke rente zullen worden afgewezen. Art. 2:248 BW biedt niet de mogelijkheid om bij de bepaling van het tekort een peildatum aan te houden vanaf welke datum wettelijke rente verschuldigd is. Het berekenen van wettelijke rente over het uiteindelijke tekort zou betekenen dat na het verbindend worden van de slotuitdelingslijst nog vermogen zou resteren en daarvoor biedt art. 2:248 BW geen grondslag. Met betrekking tot de vordering tot vergoeding van de proceskosten overweegt de rechtbank dat uit HR 10 september 1993 (NJ 1994, 272) volgt dat een op grond van art. 2:248 BW veroordeelde bestuurder het gehele tekort, inclusief dat deel dat is ontstaan door de kosten van het verhaal van de curator op die bestuurder, moet voldoen. Wezeman betoogt naar aanleiding daarvan in zijn proefschrift dat een kostenveroordeling achterwege kan blijven nu de proceskosten al volledig worden meegeteld bij de berekening van het tekort (J.B. Wezeman, Aansprakelijkheid van bestuurders, Deventer: kluwer, 1998, p. 343). De rechtbank volgt dit standpunt en wijst de vordering tot vergoeding van de proceskosten bij gebrek aan belang af.
(Rb. Utrecht 15 februari 2012, LJN BW0733, «JOR» 2013/16)

Verder lezen
Terug naar overzicht