Sign. - Geen verrekening


De verplichting tot het betalen van heffingen, ook over de periode voorafgaand aan het faillissement van failliet, vloeit voort uit het in werking treden van Heffingsverordening II. De terugwerkende kracht die aan de regeling is toegekend, brengt niet met zich dat daardoor de vordering vóór faillissement zou zijn ontstaan, maar brengt uitsluitend mee dat verhaal over een periode voorafgaand aan de inwerkingtreding van de verordening mogelijk is. De door het PVV gestelde parallel met een belastingschuld gaat mank. In het geval van een belastingaanslag is de wet waarop de aanslag is gebaseerd reeds van kracht in de periode waarop de belastingaanslag betrekking heeft en op basis van die (bestaande) wet wordt (uiteindelijk) een aanslag opgelegd. Deze situatie is niet vergelijkbaar met het onderhavige geval, waarin Heffingsverordening II pas na datum faillissement van failliet in werking is getreden. De heffingen die op basis van Heffingsverordening II zijn opgelegd, zijn – anders dan belastingaanslagen – dan ook niet opgelegd op basis van een regeling die reeds voor datum faillissement van kracht was. De schuld van failliet ter zake van de definitieve heffingen vloeit evenmin voort uit handelingen die voor faillietverklaring met failliet zijn verricht. Met schulden, die voortvloeien uit handelingen die voor faillietverklaring met de gefailleerde zijn verricht, worden schulden bedoeld die, hoewel niet voor de faillietverklaring ontstaan, voortvloeien uit de afwikkeling van een voor de faillietverklaring tot stand gekomen rechtsbetrekking. Beslissend of van verrekening sprake kan zijn, is derhalve de vraag of de schuld tot het betalen van heffingen over de periode 1995 tot en met 1998 voortvloeit uit de afwikkeling van een tussen het PVV en failliet bestaande rechtsbetrekking. Krachtens vaste…

Verder lezen
Terug naar overzicht