Sign. - Geen vervangende toestemming aan minderjarige om in het huwelijk te treden


De 17-jarige V heeft een affectieve relatie met de meerderjarige M. Uit die relatie is in 2012 een kind geboren. M heeft het kind erkend. V staat onder toezicht van Bureau Jeugdzorg. Aangezien haar ouders toestemming weigeren, verzoekt V haar vervangende toestemming te verlenen om met M in het huwelijk te treden (artikel 1:35 jo. 1:36 BW). De rechtbank heeft dat verzoek afgewezen, waarop V in hoger beroep gaat.
V stelt onder meer zij verder wil studeren en samen met M de zorg over hun kind op zich wil nemen. V betwist dat zij, zoals Bureau Jeugdzorg heeft beargumenteerd, klem raakt in haar relatie met M of moet worden ondersteund in het volwassen worden en bij de zorg voor haar baby. Voorts betoogt V dat haar ouders de toestemming voor het huwelijk feitelijk aan de rechtbank over willen laten, zodat zij niet zelf de beslissing nemen en zij zich alsdan ook niet hoeven te verantwoorden vanuit hun geloof en cultuur. Op dit moment is het kind van M en V gezagloos. Door het aangaan van een huwelijk met M zal deze kwestie ook geregeld zijn, aldus V. Alle omstandigheden van het geval in aanmerking genomen, is het hof van oordeel dat de weigering van de ouders van V redelijk is. Het hof neemt daarbij in aanmerking dat de ouders in dit geval een gerechtvaardigde betekenis toekennen aan hun geloof en cultuur en de toewijzing van het verzoek ook overigens niet in het belang van V moet worden geacht. Door het aangaan van een huwelijk zal V voor de wet meerderjarig worden, waarmee de ondertoezichtstelling zal komen…

Terug naar overzicht