Sign. - Geen voldoening aan natuurlijke verbintenis


M en V zijn in het bezit van een vakantiewoning in [land]. Vaststaat dat M geld uit zijn onderneming heeft gehaald en daarmee de woning heeft gekocht. De woning staat op naam van zowel M als V.
Partijen twisten over de vraag (1) wie eigenaar is van de woning, (2) of M door het voldoen van de totale koopsom van de woning heeft voldaan aan een natuurlijke verbintenis jegens V en (3) op welke wijze de woning in de vermogensrechtelijke afwikkeling van het huwelijk dient te worden betrokken.
Volgens V voldeed M met de aankoop van de woning en de tenaamstelling op beider naam aan een natuurlijke verbintenis om V in staat te stellen gedurende het huwelijk mee te groeien in de vermogensopbouw van M. V stelt dat M daartoe gehouden was omdat haar inspanningen en investeringen (zowel in het gezin als in de ondernemingen van M) M in staat hebben gesteld om zijn vennootschappen uit te bouwen tot de huidige, goedlopende, ondernemingen. Voorts voert V aan dat zij niet over vermogen beschikt en gedurende het huwelijk ook geen mogelijkheid had om vermogen op te bouwen. Als extra aanwijzing voor het hebben voldaan aan een natuurlijk verbintenis stelt V dat partijen geen gescheiden boekhouding voerden en niet zijn overeengekomen dat M ter zake van de aankoop van de woning een vergoedingsrecht jegens V heeft.
Uit de rechtspraak valt een aantal criteria te onderscheiden voor de beantwoording van de vraag of er sprake is van het hebben voldaan aan een natuurlijke verbintenis:
1. De wederzijdse welstand en behoefte van partijen
Reeds voor het huwelijk was M directeur-grootaandeelhouder van X Beheer BV. In…

Terug naar overzicht