Sign. - Geen voorwetenschap VHS


 

Het middel beoogt kennelijk erover te klagen dat de in de bewezenverklaring bedoelde bekendheid met de vermelde bijzonderheden niet oplevert "voorwetenschap" in de zin van art. 46 Wte 1995 (oud). Het hof heeft vastgesteld dat de verdachte met het kennelijk oogmerk "om de koers te stabiliseren en daarmee te manipuleren" door tussenkomst van de bank transacties in aandelen A heeft bewerkstelligd met zijn medeverdachte en/of B BV terwijl hij bekend was met bijzonderheden omtrent de instelling A en omtrent de handel in effecten A, welke hieruit bestaan dat de verdachte: (c) door zelf bewerkstelligde aankooptransacties een geringe free float van de effecten A in stand hield, (e) afspraken heeft gemaakt met de medeverdachte wanneer en tegen welke prijs hij aangekochte en/of gehouden effecten A zou terugkopen, alsmede (f) aankooptransacties heeft bewerkstelligd gedurende gesloten periodes. Naast de omstandigheid dat het aldus bewezenverklaarde handelen volgens het hof tot doel had de koers van de effecten te manipuleren, kenmerkt dit geval zich erdoor dat een als marktmanipulatie aan te merken handelen als zodanig nog niet strafbaar was gesteld ten tijde van het bewezenverklaarde handelen. Met betrekking tot de vraag of de bewezenverklaarde bekendheid met de hiervoor genoemde bijzonderheden als "voorwetenschap" in de zin van art. 46 Wte 1995 (oud) is aan te merken, moet worden vooropgesteld dat de wetgever blijkens de wetsgeschiedenis uitdrukkelijk heeft beoogd het verbod dat ten tijde van het bewezenverklaarde handelen was opgenomen in art. 46 lid 1 Wte 1995 (oud), niet te doen uitstrekken tot de effectentransacties die worden verricht of bewerkstelligd met wetenschap die slechts de eigen voorgenomen effectentransacties betreft. …

Verder lezen
Terug naar overzicht