Sign. - Geen werkgeversaansprakelijkheid voor psychisch letsel


In deze zaak gaat het om een werknemer die zich heeft ziek gemeld in verband met burn-outklachten. Hij heeft de werkgeefster in rechte aangesproken voor de schade die hij heeft geleden. Aan deze vordering heeft hij ten grondslag gelegd dat hij onder druk van zijn werkgeefster de baan heeft aanvaard waarin hij moest gaan werken aan internationale IT-projecten. Daarin is naar zijn gevoel onvoldoende en te eenzijdig gebruik gemaakt van zijn kennis, kunde en ervaring. Voorts is zijn onvrede over zijn werksituatie soms wel aangehoord, maar het heeft nimmer tot actie geleid. Ook zijn salarispositie raakte in het slop. De vele trips naar het buitenland met vliegreizen, talloze hotelovernachtingen, de aflevering van het ene naar het andere project en het gebrek aan waardering begonnen hun tol te eisen. In het laatste project waaraan hij heeft gewerkt, kreeg hij te laat ondersteuning en werd hij op een zijspoor gezet. Vervolgens is hij uitgevallen. De kantonrechter heeft de vordering van de werknemer afgewezen. Het hof heeft het vonnis bekrachtigd. Het hof heeft hiertoe overwogen dat niet kan worden aangenomen dat sprake is van causaal verband en dat de werkgeefster niet tekortgeschoten is in de zin van art. 7:658 BW. De Hoge Raad heeft het tegen dat oordeel gerichte cassatieberoep verworpen met toepassing van art. 81 RO. (HR 3 april 2009, «JAR» 2009/111, LJN BH2619)

Verder lezen
Terug naar overzicht