Sign. - Geen wetenschap benadeling of samenspanning


Voor een succesvol beroep op art. 42 Fw is, indien sprake is van een rechtshandeling anders dan om niet, vereist dat wetenschap van benadeling zowel bij failliet als bij zijn wederpartij X aanwezig was. De wetenschap dat de kans op benadeling bestaat, is niet voldoende. Beslissend is of beide partijen bij het verrichten van de rechtshandeling wisten of behoorden te weten (in geobjectiveerde zin) dat schuldeisers zouden worden benadeeld. Daarvan is sprake indien ten tijde van de rechtshandeling het faillissement en een tekort daarin met een redelijke mate van waarschijnlijkheid waren te voorzien voor zowel failliet als X. De curator draagt in beginsel de stelplicht en bewijslast. X heeft de door de koper namens failliet overgemaakte koopsom op 30 augustus 2007 op zijn rekening ontvangen. failliet is op 24 november 2009 op eigen aangifte failliet verklaard, derhalve ruim twee jaar later. Er is dus geen sprake van het rechtsvermoeden van art. 43 fw. Voorts is gesteld noch gebleken, dat op 30 augustus 2007 voor X én failliet het faillissement op 24 november 2009 met een redelijke mate van waarschijnlijkheid was te voorzien. Reeds op die grond is geen sprake van wetenschap van benadeling en behoeft niet te worden ingegaan op de vraag of het tekort in het faillissement was te voorzien. Art. 42 Fw mist toepassing. Ook art. 47 Fw mist toepassing. De voldoening van een opeisbare schuld door de schuldenaar, in het vooruitzicht van zijn faillissement, kan in beginsel niet met een beroep op de faillissementspauliana worden vernietigd. Art. 47 Fw maakt daarop twee nauwkeurig geformuleerde uitzonderingen. De eerste, dat degene die de betaling ontving…

Verder lezen
Terug naar overzicht