Sign. - Gegarandeerd eigen vermogen overnamedatum en pensioenoverdracht


 

De koper van een vennootschap claimt jegens de verkoper onder de bij de verkoop van de aandelen van de vennootschap verstrekte garanties naar aanleiding van een nagekomen pensioenlast voor een werknemer van de verkochte vennootschap. De Hoge Raad stelt bij de beoordeling voorop dat de waardeoverdracht ten tijde van de overname onder andere was geregeld in art. 3 lid 1 aanhef en onder 1 van het toenmalige Besluit reken- en procedureregels waardeoverdracht, dat strekte tot uitvoering van het toenmalige art. 32b Pensioen- en spaarfondsenwet. Volgens art. 3 lid 1 aanhef en onder 1, was voorwaarde voor waardeoverdracht dat de aanvraag daartoe aan de overnemende pensioenuitvoerder was gedaan binnen zes maanden na de aanvang van de deelname aan de pensioenregeling bij die uitvoerder (het huidige art. 71 lid 3 Pensioenwet bevat eenzelfde regeling). De werknemer heeft zijn aanvraag vóór de overnamedatum gedaan, maar voor de vennootschap zijn hieruit pas verplichtingen na de overnamedatum ontstaan, omdat de ontvangende pen sioenuitvoerder pas nadien aan de werknemer een offerte heeft gestuurd ter zake van de waardeoverdracht en de werknemer pas toen het thans in art. 71 lid 3 Pensioenwet bedoelde verzoek tot waardeoverdracht aan de ontvangende pensioenuitvoerder heeft gedaan. De beoordeling van de middelen spitst zich er dan ook op toe of het oordeel van het hof dat het risico dat de werknemer het verzoek tot waardeoverdracht na de overnamedatum zou doen, waartoe hij door de voordien gedane aanvraag de mogelijkheid had, niet valt onder de gegeven garanties, naar behoren is gemotiveerd. Wat de koper aan de vordering ten grondslag heeft gelegd, valt niet anders te verstaan dan dat de aanwezigheid van het in de overnameovereenkomst genoemde…

Verder lezen
Terug naar overzicht