Sign. - Gerechtshof Leeuwarden 29 maart 2011, LJN BQ0698 en «JAR» 2011/130


Arriva moet op grond van de AVV CAO Openbaar Vervoer 2007 onder meer een onregelmatigheidstoeslag aan haar werknemers betalen. Deze kan volgens de cao worden bepaald op individuele basis of op basis van een gemiddelde vergoeding. De keuze tussen deze twee dient in overleg met de OR te geschieden. Arriva was oorspronkelijk gebonden aan betaling van een gemiddelde vergoeding, maar wilde op enig moment overstappen naar een individuele vergoeding per werknemer. De vakbonden hebben zich op het standpunt gesteld dat de cao niet kan gelden als een eenzijdig wijzigingsbeding ex art. 7:613 BW en verzetten zich tegen deze wijziging. Het hof oordeelt als volgt. Uitgangspunt in de cao is een individuele vergoeding voor onregelmatigheidstoeslag, met de keuze deze om te zetten in een gemiddelde vergoeding. Nu het hier dus om een zogenoemd keuzebeding gaat en niet om een bevoegdheid van de werkgever een arbeidsvoorwaarde eenzijdig te wijzigen, valt de bevoegdheid van de werkgever niet onder het bereik van art. 7:613 BW. Uit de tekst van de cao blijkt volgens het hof niet dat de werkgever na een eenmaal genomen besluit tot het middelen van de onregelmatigheidstoeslag geen ruimte heeft om terug te keren naar een individuele vergoeding. Het hof is dan ook van oordeel dat de kantonrechter op goede gronden heeft overwogen dat het enkele feit dat in de cao geen werkingsduur en beëindigingsmogelijkheden zijn overeengekomen, niet de gevolgtrekking rechtvaardigt dat niet meer naar de hoofdregel kan worden teruggekeerd. Volledigheidshalve merkt het hof nog op dat ook het in overleg met de OR terugkeren van een gemiddelde naar een individuele onregelmatigheidstoeslag behoort tot het gebruikmaken van de in de cao opgenomen keuzebedingen en daarmee niet…

Verder lezen
Terug naar overzicht