Sign. - Geschil uit overeenkomst, niet over besluitvorming


Vraag is of art. 22 punt 2 EEX-Vo aldus moet worden uitgelegd dat het ook van toepassing is op een geschil in het kader waarvan een vennootschap aanvoert dat een overeenkomst haar niet kan worden tegengeworpen omdat een besluit van haar organen dat tot het sluiten van die overeenkomst heeft geleid, ongeldig is wegens schending van haar statuten. Wat de bewoordingen van art. 22 punt 2 EEX-Vo betreft, lopen de verschillende taalversies van deze bepaling wat uiteen. in geschillen uit overeenkomst zijn de vragen over de geldigheid, uitlegging of tegenwerpelijkheid van de overeenkomst de kern en het voorwerp van het geschil. Elke vraag betreffende de geldigheid van het door de vennootschappelijke organen van een van de partijen genomen besluit om die overeenkomst te sluiten, is daaraan ondergeschikt. Het voorwerp van een dergelijk geschil uit overeenkomst heeft dus niet noodzakelijk een bijzondere nauwe band met de gerechten van de plaats van vestiging van de partij die de ongeldigheid van een besluit van haar eigen organen aanvoert. Het zou dus met een goede rechtsbedeling in strijd zijn dergelijke geschillen te onderwerpen aan de exclusieve bevoegdheid van de gerechten van de lidstaat van vestiging van een van de vennootschappen die de overeenkomst hebben gesloten. Bovendien zou een ruime uitlegging van art. 22 punt 2 EEX-Vo ook niet in overeenstemming zijn met het specifieke doel van deze bepaling, namelijk de bevoegdheid kennis te nemen van geschillen over het bestaan van vennootschappen en over de geldigheid van besluiten van de organen ervan te centraliseren om tegenstrijdige beslissingen te voorkomen. Dit doel is immers beperkt tot geschillen met dat voorwerp en die bepaling beoogt dus niet het centraliseren van de…

Verder lezen
Terug naar overzicht