Sign. - Girale betaling door derde en onderzoeksplicht


Deelnemers aan het girale betalingsverkeer moeten vertrouwen kunnen hebben in de juistheid en rechtsgeldigheid van betalingen die ten gunste van hen worden verricht, een en ander behoudens aanwijzingen van het tegendeel, zoals wetenschap van een fout, een vergissing of fraude. Het is niet gesteld of gebleken dat gedaagde op de hoogte was of had moeten zijn van dergelijke aanwijzingen. De betalingen van eiseres aan gedaagde bedragen in totaal exact het openstaande factuurbedrag en vermeldden bovendien het op de factuur vermelde bedrijfsnummer en factuurnummer. Dat eiseres deze betalingen verrichtte, kwam ten slotte overeen met een mededeling van Y van ongeveer een week daarvoor. Eiseres heeft nog gesteld dat gedaagde haar onderzoeksplicht heeft geschonden en dat het beroep van gedaagde op art. 3:35 BW faalt. of en in hoeverre een onderzoeksplicht op gedaagde rustte ten aanzien van de betalingen van eiseres hangt af van alle omstandigheden van het geval. In de gegeven omstandigheden, waarbij is meegewogen dat sprake is van een eenmalige factuur, verstuurd in een situatie die niet tot de dagelijkse bedrijfsvoering van gedaagde behoort, rustte op gedaagde geen verdergaande onderzoeksplicht dan de door haar uitgevoerde controle van de betalingsgegevens. Deze heeft gedaagde dan ook niet geschonden. op een schuldeiser rust in algemene zin slechts een beperkte controleplicht na creditering van zijn rekening als gevolg van betaling door een schuldenaar. De omvang van de onderzoeksplicht van de schuldeiser verandert niet zonder meer als een derde voor de schuldenaar betaalt aan de schuldeiser. Art. 6:30 BW beoogt juist mede het belang van deze schuldeiser – om deze betaling zonder nader onderzoek te accepteren – te beschermen. Eiseres kan er geen beroep op doen…

Verder lezen
Terug naar overzicht