Sign. - Grosse notariële akte executoriale titel?


Het geschil betreft in de kern genomen de vraag of de grosse van de tussen partijen opgemaakte notariële hypotheekakte tevens een executoriale titel oplevert in de zin van art. 430 Rv voor de na uitwinning van het hypotheekrecht overgebleven restantvorderingen uit hoofde van de overeenkomsten van geldlening die ten tijde van de hypotheekvestiging reeds bestonden. Partijen debatteren in dit verband onder andere over de uitleg van het arrest Rabobank/ Visser (HR 26 juni 1992, NJ 1993, 449) en de in de lagere rechtspraak gegeven antwoorden op deze vraag. Daarbij speelt in het bijzonder de vraag of met de redactie van de onderhavige hypotheekakte in combinatie met het daaraan voorafgaand aangaan van de onderhandse overeenkomst van geldlening, is voldaan aan de in het arrest Rabobank/Visser geformuleerde eis dat die akte betrekking heeft op vorderingen die hun onmiddellijke grondslag vinden in een ten tijde van het verlijden reeds bestaande en in de akte omschreven rechtsverhouding. De Hoge Raad wordt een prejudiciële beslissing gevraagd.

(Vrzngr. Rb. Utrecht 3 augustus 2012, LJN BX3391, «JOR» 2012/310, m.nt. mr. A. Steneker)

Verder lezen
Terug naar overzicht