Sign. - Handhaving en standplaats (ABRvS 10 mei 2017, zaaknummer 201604786/1/A1)


Appellant is eigenaar van een camper, die hij in de periode van mei tot en met september ongeveer 8 dagen per maand op zijn oprit parkeert. Zijn buurman verzoekt het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Kampen (hierna: het college) op 20 augustus 2012 daartegen handhavend op te treden, vanwege overtreding van het vigerende bestemmingsplan. Bij besluit van 2 oktober 2014 heeft het college een last onder dwangsom opgelegd strekkende tot het treffen van maatregelen om de strijdigheid met artikel 2.1 lid 1 aanhef en onder c Wabo in samenhang gelezen met artikel 14.4 aanhef en onder b van de planregels van het bestemmingsplan ‘IJsselmuiden Oost’ op te heffen of te voorkomen en beëindigd te houden. Artikel 14.4 aanhef en onder b van de planregels luidt: ‘Tot een met het bestemmingsplan strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend het gebruik van grond als standplaats voor kampeermiddelen’. Deze strijd kon appellant volgens het college opheffen door zijn camper niet langer dan drie achtereenvolgende dagen of gedurende meer dan vijf dagen binnen een tijdbestek van een maand op zijn perceel en/of op de weg te parkeren. Zowel appellant als buurman maken tegen het handhavingsbesluit bezwaar. Het college verklaart op 18 augustus 2015 het door appellant gemaakte bezwaar gegrond. Het college herroept de last onder dwangsom. Zij overweegt dat onder het begrip ‘standplaats voor kampeermiddelen’ zoals bedoeld in de planregels een ‘verblijf en overnachting in een kampeermiddel’ wordt verstaan. Een strijd met het bestemmingsplan wordt zodoende niet vastgesteld. Het bezwaar van de buurman verklaart het college ongegrond. Het verzoek van de buurman om handhavend op…

Verder lezen
Terug naar overzicht