Sign. - Heffing kosten financieel toezicht DNB


Robein Effectendienstverlening NV betoogt dat de opgelegde heffing voor toezichtkosten van DNB van € 69.738 disproportioneel is. Deze heffing ligt ruim 93% hoger dan de heffing over 2009, toen Robein nog een bankbedrijf uitoefende, terwijl de toezichtinspanningen van DNB juist zijn afgenomen. De rechtbank oordeelt dat de omstandigheid dat Robein in het voorgaande jaar als bankbedrijf met een lagere heffing werd geconfronteerd, terwijl het door DNB over dat voorgaande jaar uit te oefenen toezicht intensiever was dan in 2010, niet maatgevend kan zijn voor het antwoord op de vraag of toepassing van de op art. 1:41 Wft gebaseerde regelgeving in strijd is met art. 3:4 lid 2 Awb of enige andere rechtsregel of algemeen rechtsbeginsel, waaronder het verbod van willekeur en het evenredigheidsbeginsel. Niet is vereist dat tussen heffing en gemaakte kosten een zodanig rechtstreeks verband bestaat dat de heffingen ten aanzien van bepaalde instellingen uitsluitend kunnen zien op aan de betreffende instellingen concreet geleverde individueel te herleiden diensten. In de onderhavige heffingen kunnen kosten zijn begrepen met betrekking tot activiteiten die niet rechtstreeks tot profijt van een individuele instelling strekken, maar zijn aan te merken als algemene kosten voor diensten waarvan de betrokken (sub)categorie van instellingen geacht kan worden in algemene zin profijt te hebben. Robein, die destijds een relatief kleine bank was, was over 2009 een relatief lage heffing verschuldigd gemeten naar de totale bij de banken in rekening gebrachte kosten voor doorlopend toezicht door DNB. Robein behoort sinds 31 december 2009 tot de categorie beleggingsondernemingen en geldt per die datum als een relatief zeer grote beleggingsonderneming. Daarom is over 2010 juist een relatief hoge heffing…

Verder lezen
Terug naar overzicht