Sign. - Het hof heeft te hoge eisen gesteld wat betreft bewijsaanbod


Werknemer vordert in onderhavige zaak van werkgever vergoeding van als gevolg van discriminatie geleden schade die hij heeft geleden of nog zal lijden. Werknemer heeft in hoger beroep het aanbod gedaan aanvullend bewijs te leveren. Dit aanbod is door het hof gepasseerd. De Hoge Raad oordeelt dat in hoger beroep van een partij die bewijs door getuigen aanbiedt, in beginsel mag worden verwacht dat zij voldoende concreet aangeeft op welke van haar stellingen het bewijsaanbod betrekking heeft en, voor zover mogelijk, wie daarover een verklaring zouden kunnen afleggen. De eis dat het bewijsaanbod voldoende specifiek moet zijn, kan meebrengen dat indien reeds schriftelijke verklaringen van de getuigen zijn overgelegd, nader wordt aangegeven in hoeverre de getuigen meer of anders kunnen verklaren dan zij al hebben gedaan. Het hof heeft geoordeeld dat het bewijsaanbod onvoldoende concreet is, omdat in de verklaringen slechts in algemene bewoordingen wordt gesproken over een discriminerende behandeling van werknemer zonder dat wordt ingegaan op specifieke voorvallen met vermelding per voorval van plaats, tijd en betrokkenen. Aldus heeft het hof te hoge eisen gesteld aan het bewijsaanbod en dus van een onjuiste rechtsopvatting blijk gegeven. Uit de verklaringen van de getuigen waarvan bewijs is aangeboden, blijkt immers ondubbelzinnig waarover de getuigen zouden kunnen verklaren en bovendien worden daarin de namen genoemd van degenen die bij de daarin bedoelde voorvallen zouden zijn betrokken, en het tijdvak waarin deze zouden hebben plaatsgevonden. Het bewijsaanbod heeft voorts betrekking op de kern van het geschil tussen partijen, terwijl de herstelfunctie van het appel in beginsel meebrengt dat degenen die de verklaringen hebben opgesteld, die geen van allen in eerste aanleg als getuigen zijn gehoord, alsnog kunnen worden…

Verder lezen
Terug naar overzicht