Sign. - Het uiterste redmiddel van ontbinding van de rechtspersoon door de Ondernemingskamer: gelegitimeerde onteigening


Bij vaststelling van (dreigend) wanbeleid kan de Ondernemingskamer voorzieningen treffen binnen de context van de interne verhoudingen van een vennootschap. art. 2:356 BW omschrijft limitatief de mogelijke voorzieningen. als ultimum remedium geldt de ontbinding van de rechtspersoon. De schrijvers staan stil bij deze voorziening. Zij gaan daarbij in op de achtergrond van de wettelijke regeling, de houdbaarheid van ontbinding met het oog op het recht om ongestoord genot van eigendom en op ontbinding in de praktijk, aan de hand van de recente Königsberg zaak (Hof Amsterdam (Ok) 4 juli 2013, EClI:Nl:GHaMS:2012:BX4163). De schrijvers komen tot het oordeel dat de wettelijke regeling met goede waarborgen is omgeven en dat de toepassing in de praktijk door de Ondernemingskamer tot nu toe voldoet aan de wet en aan art. 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM.
(Bb 2013, nr. 17, p. 163, mr. B.A. de Ruijter en mr. L.C. Bouchez)

Verder lezen
Terug naar overzicht