Sign. - Is het verlies op een onzakelijke lening ‘omlaag’ in de tbs-sfeer respectievelijk ‘opzij’ aftrekbaar?


De Hoge raad heeft in zijn arrest van 15 maart 2013 (BNB 2013/149) overwogen dat een verlies op een onzakelijke lening bij de moedermaatschappij buiten beschouwing blijft door de toepassing van de deelnemingsvrijstelling. Omdat de jurisprudentie over onzakelijke leningen ook ziet op de tbssfeer, rijst de vraag hoe een verlies op zo'n lening in de inkomstenbelasting in aanmerking moet worden genomen. De tbsregeling kent echter geen deelnemingsvrijstelling. De auteur gaat daarom in op de vraag of het verlies op een onzakelijke lening in de tbssfeer daarom per definitie aftrekbaar zou moeten zijn. Hij neemt daarbij Hoge raad BNB 2012/78 in ogenschouw, een arrest waarin de Hoge raad verliesneming op een onzakelijke lening in de tbssfeer weigerde, en verklaart dit arrest vanuit het ontbreken van een ondernemingsfictie in de inkomstenbelasting. In wezen vindt een onttrekking plaats ten laste van het tbswerkzaamheidsvermogen en ten gunste van de aanmerkelijk belang aandelen in box 2. Vervolgens gaat de auteur in op de vraag op welk tijdstip die onttrekking zich voordoet. Voor de onzakelijke lening 'opzij' gaat het om de zustermaatschappij die een verlies wil nemen op een onzakelijke lening aan een andere zustermaatschappij. Hier signaleert de auteur voor de vraag of een verlies aftrekbaar is een strijd tussen enerzijds de ondernemingsfictie van art. 2(5) Wet Vpb en anderzijds de gedachte dat de zustermaatschappij via de moedermaatschappij het belang van de andere maatschappij heeft willen dienen. Tevens speelt de vraag of überhaupt sprake kan zijn van een onzakelijk lening tussen zustermaatschappijen, omdat een aandeelhoudersverband ontbreekt. De auteur concludeert dat een aFwaarderingsverlies op een geldlening 'opzij' aftrekbaar is. Ten slotte…

Verder lezen
Terug naar overzicht