Sign. - Hof: aangaan van geregistreerd partnerschap om overdrachtsbelasting te besparen is geen fraus legis


Twee personen wensen hun gezamenlijke onroerende zaken te verdelen. Om overdrachtsbelasting te ontgaan, gaan zij eerst een geregistreerd partnerschap aan waarbij uitsluitend de onroerende zaken gaan behoren tot de gemeenschap van goederen. Een dag later wordt het geregistreerd partnerschap ontbonden, enkele dagen later worden de onroerende zaken verdeeld. De rechtbank oordeelde met de belastinginspecteur dat sprake is van fraus legis en dat bij de verdeling overdrachtsbelasting was verschuldigd.
Belanghebbende stelt zich op het standpunt dat de wetgever al tijdens de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel geregistreerd partnerschap maatregelen had kunnen treffen tegen de destijds al onderkende mogelijkheid van verijdeling van overdrachtsbelasting door het aangaan van een partnerschapsgemeenschap, doch daartegen in het wetgevingsproces geen actie heeft ondernomen. Nu de wetgever die maatregelen niet heeft getroffen, heeft hij de gevolgen van de genoemde mogelijkheid aanvaard en kan het onbelast blijven van onderhavige verkrijging niet leiden tot miskenning van doel en strekking van artikel 3 lid 1 sub b Wet BRV. Het leerstuk van fraus legis kan derhalve niet aan de orde zijn, aldus belanghebbende.
Het hof acht dit standpunt juist. Nu de wetgever gedurende het wetgevingsproces is gewezen op de in dit geschil aan de orde zijnde ontgaansmogelijkheid – en de wetgever daarvan tijdens dat wetgevingsproces heeft kennisgenomen, maar geen aanleiding zag tot aanpassing van voorgestelde wetgeving – kan naar het oordeel van het hof niet worden geoordeeld dat doel en strekking van artikel 3 lid 1 sub b Wet BRV zouden worden miskend indien ter zake van de verkrijging door belanghebbende geen overdrachtsbelasting zou worden geheven. Het arrest van de Hoge Raad van 10 juli 2009 (LJN BJ2006) brengt het hof niet tot een ander oordeel, aangezien daarin…

Terug naar overzicht