Sign. - Hof Arnhem 12 mei 2009


Een sector-cao voor vervroegd uittreden bepaalt dat werknemers van een werkgever die (ook) lid is van een expliciet genoemde andere werkgeversvereniging (in dit geval de VSCD) dan degene die de sector-cao heeft afgesloten, zijn uitgesloten van het doen van een beroep op de regeling voor vervroegd uittreden. Een voormalig werknemer doet toch een beroep op deze regeling, ondanks het feit dat zijn werkgever lid was van de VSCD. De werknemer stelt dat de uitsluiting in verband met lidmaatschap van de werkgever van de VSDC op een evidente vergissing berust. Het beroep op de vervoegde uittredingsregeling wordt echter geweigerd. Het hof oordeelt dat de uitsluitingsbepaling volgens de zogenaamde cao-norm moet worden geïnterpreteerd. Het gaat hierbij niet om een louter taalkundige uitleg. De uit de sector-cao kenbare bedoeling van de uitsluiting is het voorkomen dat werknemers recht kunnen hebben op twee verschillende regelingen voor vervroegd uittreden. De VSCD is echter geen vereniging die caorsquos afsluit en kan dus geen eigen vervroegde uittredingsregeling afsluiten. Op deze vereniging kan de uitsluitingsbepaling van de sector-cao dan ook niet zijn bedoeld, ondanks het feit dat de VSCD met zo veel woorden in de uitsluitingsbepaling is genoemd. De voormalig werknemer komt dus in aanmerking op de regeling voor vervroegd uittreden in de sector-cao, ondanks de uitsluitingsbepaling. (LJN BJ3248)

(LJN BJ3248)

Verder lezen
Terug naar overzicht