Sign. - Hof volgt successieberekening van inspecteur bij een tweetrapsmaking


Als gevolg van een fideï-commissaire making hebben X c.s. in 1999 per persoon € 143.393 en in 2007 € 123.472 uit de nalatenschap van hun vader ontvangen. Naar aanleiding hiervan heeft de belastinginspecteur het in 2007 verschuldigde successierecht op de volgende wijze berekend:
- stap 1) verkrijging in 1999 (€ 143.393) + verkrijging in 2007 (€ 123.472) = € 266.865
- stap 2) successierecht over € 266.865 naar het tarief van 2007 = € 38.577
- stap 3) omslaan heffing naar verkrijging in 2007: € 38.577 x 123.472 / 266.865 = € 17.848
X c.s. zijn het er niet mee eens dat de verkrijgingen in 1999 en 2007 worden samengevoegd. De rechtbank oordeelde dat de berekening juist is. Thans heeft het hof het hoger beroep van X c.s. verworpen.
Naar het oordeel van het hof heeft de rechtbank op goede gronden geoordeeld dat hetgeen door X c.s. in 1999 en 2007 is verkregen voor het successierecht als één verkrijging moet worden aangemerkt. Dit is in overeenstemming met artikel 1 SW, waarin is bepaald dat successierecht wordt geheven van al wat krachtens erfrecht wordt verkregen. Dat een deel van het vermogen van vader in 1999 aan X c.s. is toegekomen en een deel daarvan na het overlijden van de bezwaarde in 2007, leidt niet tot een ander oordeel. In artikel 21 lid 7 SW (zie thans artikel 21 lid 4 SW) is bepaald dat bij verkrijging door de vervulling van een opschortende voorwaarde welke zich…

Terug naar overzicht