Sign. - Hof wijst vordering van kind tot inzage van medisch dossier van erflater af


Kort vóór zijn overlijden heeft de vader van X een testament opgesteld waarbij de dochters van zijn buren zijn benoemd tot enig erfgenaam. Naar aanleiding hiervan is X een kort geding gestart waarin hij inzage in het medisch en verpleegkundig dossier van zijn vader vordert. Volgens X was zijn vader niet meer wilsbekwaam bij het opstellen van het testament.
In hoger beroep overweegt het hof onder meer dat niet aannemelijk is geworden dat vader toestemming zou hebben gegeven zijn medisch dossier ter inzage te geven aan X, met wie hij al minstens vijf jaar geen enkel contact meer had. Volgens het hof is het belang van de in (artikel 7:457 BW) vastgelegde geheimhoudingsplicht voor hulpverleners van zodanig gewicht dat daarop slechts inbreuk kan worden gemaakt indien er voldoende concrete aanwijzingen bestaan dat een ander zwaarwegend belang geschaad zou (kunnen) worden indien die geheimhouding onverkort zou worden gehandhaafd. Een dergelijk zwaarwegend belang zou in het onderhavige geval gevonden kunnen worden in het belang van X, indien zou komen vast te staan dat vader ten tijde van het opstellen van het testament in verband met zijn geestestoestand niet in staat was zijn wil te bepalen en bovendien zou komen vast te staan dat X zonder dit testament aanspraak zou hebben op (een groter deel van) de nalatenschap. Verder is van belang in hoeverre de door X gewenste informatie langs een andere weg te verkrijgen is. Terzijde merkt het hof op dat het beroep van X op het notariële tuchtrecht – dat wil zeggen: de beantwoording van de vraag of de betreffende notaris verwijtbaar heeft gehandeld – op zichzelf geen voldoende zwaarwegend belang voor X creëert bij toewijzing van zijn…

Terug naar overzicht