Naar de inhoud

Sign. - Hoger beroep tegen herstel ontbindingsbeschikking, werkgever ontvankelijk, rekenfout leent zich voor eenvoudig herstel, beroep verworpen

Bij beschikking van 17 februari 2011 heeft de kantonrechter het verzoek van werkgeefster tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst, voor het geval deze nog zou bestaan, ontbonden met ingang van 8 maart 2010, onder toekenning van een vergoeding van € 7.345 bruto ten laste van werkgeefster. Ter vaststelling van de A-factor overweegt de kantonrechter dat ervan wordt uitgegaan dat werknemer op 5 mei 2009 in dienst is getreden bij werkgeefster. De kantonrechter overweegt voorts ten aanzien van de C-factor dat er voldoende aanleiding is om deze niet op 1 maar op 3 te stellen. Werknemer heeft de kantonrechter verzocht om de foutieve beschikking te verbeteren daar een vergoeding conform een C-factor 3 neerkomt op een bedrag van € 22.037,22 bruto. Werkgeefster heeft haar zienswijze hierop eveneens kenbaar gemaakt. De kantonrechter heeft in de herstelbeschikking overwogen dat er inderdaad sprake is van een kennelijke rekenfout en aan werknemer ten laste van werkgeefster een vergoeding van € 22.037,22 bruto toegekend. Werkgeefster is tegen deze beschikking in hoger beroep gekomen, omdat zij van mening is dat de kantonrechter buiten het toepassingsgebied is getreden van art. 31 Rv, hetgeen een uitzondering is op het niet bestaan van een voorziening bij de verbetering van een beschikking (of een weigering daarvan). Het hof verklaart werkgeefster op grond hiervan ontvankelijk in het hoger beroep. Het hof stelt dat het bij de toepassing van art. 31 Rv dient te gaan om een kennelijke, voor partijen kenbare en voor eenvoudig herstel vatbare fout. Het hof oordeelt dat het partijen voldoende duidelijk is geweest dat de kantonrechter - op basis van een…