Sign. - Hoofdverblijf


Het hof onderzoekt of de gewone verblijfplaats van de kinderen Nederland (waar zij tot de verhuizing naar Zwitserland hebben gewoond), of Zwitserland (waar ze op het moment van aanhangig maken van deze procedure verbleven) is aan te merken. Voorts onderzoekt het hof of Zwitserland dan wel Nederland definitief als hoofdverblijfplaats van de kinderen moet worden aangemerkt.
Het hof heeft een voorlopige verdeling van zorg- en opvoedingstaken vastgesteld, en de Raad voor de Kinderbescherming opgedragen om een onderzoek in te stellen naar de hoofdverblijfplaats van de twee kinderen en de wijze waarop een zorgregeling tussen de kinderen en de niet-verzorgende ouder kan worden vormgegeven. De kinderen verblijven in Zwitserland bij hun vader. Moeder woont in Nederland. Tijdens het onderzoek in Zwitserland is één van de kinderen opgenomen in het ziekenhuis vanwege zelfbeschadiging en suïcidedreiging. Vanaf dat moment is een contactverbod tussen de moeder en de kinderen opgelegd, omdat de kinderen grote psychische druk ervaren door dit contact. Het kind is een tijd in een kinderpsychiatrische ziekenhuis opgenomen. Na ontslag is hij weer bij zijn vader gaan wonen. Een klein half jaar na oplegging van het contactverbod, is het verbod opgeheven en is opdracht gegeven om de omgang tussen de kinderen en de moeder onder begeleiding terug in gang te zetten.
De man heeft het hof verzocht om zich op grond van artikel 5 HKBV 1996 onbevoegd te verklaren. Het hof wijst zulks af. De man heeft het verzoek tot het voorlopig aan hem toevertrouwen van de kinderen bij de rechtbank ingediend. Op dat moment woonden de kinderen bij de vrouw in Nederland en woonde de man in Zwitserland. Naar aanleiding van de…

Terug naar overzicht