Sign. - Huurbeding


Eiseres legt aan haar vordering tot ontruiming een huurbeding ten grondslag dat de bank met a is overeengekomen. Vaststaat dat de bank ten aanzien van het appartement geen verzoek ex art. 3:264 lid 5 BW heeft ingediend. Er is de bank dan ook geen verlof verleend voor inroeping van het huurbeding. In art. 3:264 lid 5 BW is bepaald dat verlof van de voorzieningenrechter niet is vereist voor het inroepen van het huurbeding indien de huurovereenkomst tot stand is gekomen nadat de bekendmaking, bedoeld in art. 516 Rv (aanplakking volgens plaatselijk gebruik en aankondiging in een plaatselijk verspreid dagblad) is gedaan. Eiseres komt geen beroep op deze bepaling toe aangezien de bekendmaking van de executoriale verkoop van het appartement is gedaan op 9 september 2011, nadat de huurovereenkomst van gedaagden tot stand was gekomen. Nu geen verlof is verleend door de voorzieningenrechter was de bank vóór verkoop niet bevoegd de huurovereenkomst met inroeping van het huurbeding te vernietigen. Dat brengt mee dat ook de koper, die zijn rechten aan de bank ontleent, niet bevoegd is het huurbeding in te roepen.

 

(Vrzngr. Rb. Haarlem 25 mei 2012, «JOR» 2013/181, m.nt. mr. A. Steneker)

 

Verder lezen
Terug naar overzicht