Sign. - Huwelijk voltrokken volgens sharia: geen huwelijksakte, toch echtscheiding


Bij beschikking van 20 september 2011 heeft de rechtbank de vrouw niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot echtscheiding. In hoger beroep verzoekt de vrouw haar verzoek ontvankelijk te verklaren en de echtscheiding tussen partijen uit te spreken. De man is niet verschenen.
Volgens de informatie van de gemeente is niet bekend welke nationaliteit partijen hebben. In het Rapport van Eerste Gehoor van de IND van 18 december 2007 is vermeld dat partijen beide de Somalische nationaliteit hebben. Uit het gestelde huwelijk van partijen zijn geen kinderen geboren.
Het hof stelt voorop dat deze zaak een internationaal karakter draagt. In de eerste plaats dient dan ook onderzocht te worden of de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft.
Nu uit de overgelegde stukken blijkt dat de gewone verblijfplaats van partijen zich in Nederland bevindt, komt op grond van het bepaalde in artikel 3 lid 1 sub a (1e gedachtestreep) van de Verordening (EG) nr. 2201/2003 betreffende de bevoegdheid en de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid aan de Nederlandse rechter rechtsmacht toe ten aanzien van het echtscheidingsverzoek.
Ingevolge artikel 1 lid 4 WCE is Nederlands recht van toepassing op het verzoek tot echtscheiding, aangezien de man zich heeft gerefereerd in een referteverklaring aan de keuze van de vrouw voor Nederlands recht. Immers, daarin geeft de man aan kennis te hebben genomen van het inleidend verzoekschrift van de vrouw, waarin zij ook kiest voor de toepassing van Nederlands recht op haar verzoek tot echtscheiding.
Bij de stukken van het geding ontbreekt een afschrift of uittreksel van de huwelijksakte, als voorgeschreven in artikel 815 lid 5 sub a Rv. …

Terug naar overzicht