Sign. - HvJ EU 11 november 2010, RAR 2011/13, «JAR» 2011/24, m.nt. E. Cremers


Danosa is in december 2006 benoemd tot directrice van de Letse kapitaalvennootschap LKB. Op 23 juli 2007 heeft de aandeelhoudersvergadering besloten om haar uit haar functie te ontheffen. Danosa is dan elf weken zwanger. Zij heeft tegen het lsquoontslag' beroep ingesteld, omdat ze meent dat het is gegeven in strijd met het verbod op ontslag tijdens zwangerschap uit het Letse Arbeidswetboek. LKB stelt echter dat Danosa werkzaam was op basis van een lastgevingsovereenkomst en dat het Letse Wetboek van koophandel de aandeelhoudersvergadering de mogelijkheid biedt om te allen tijde leden van het directiecomité af te zetten. De cassatierechter stelt twee prejudiciële vragen: een over het werknemersbegrip van richtlijn 92/85/EEG (zwangerschapsrichtlijn) en een over de verenigbaarheid van de betreffende bepaling uit het Wetboek van koophandel met deze richtlijn.
Ten aanzien van de eerste vraag overweegt het hof dat het Uniebegrip lsquowerknemer' een autonoom begrip is dat niet verschillend mag worden uitgelegd naargelang van het nationale recht. Iemand is werkneemster indien zij gedurende een bepaalde tijd voor een ander en onder diens gezag prestaties levert en als tegenprestatie een vergoeding ontvangt. Ook het begrip lsquozwangere werkneemster' is volgens het hof een autonoom Uniebegrip. Hiervan is, wegens de doelstelling en geest van de richtlijn, ook sprake als een werkgever op de hoogte was van de zwangerschap zonder formeel daarvan in kennis te zijn gesteld.
Op de tweede vraag antwoordt het hof, dat richtlijn 92/85/EEG zich verzet tegen een nationale regeling die zonder beperking toestaat een lid van een directiecomité van een kapitaalvennootschap af te zetten wanneer de betrokkene de hoedanigheid van lsquozwangere werkneemster' in de zin van deze richtlijn…

Verder lezen
Terug naar overzicht