Naar de inhoud

Sign. - Hypotheekrecht voor toekomstige vorderingen was niet voldoende bepaald (Rechtbank Noord-Holland, 28 september 2016, ECLI:NL:RBNNE:2016:4361)

In deze zaak draait het om de vraag of het recht van eerste hypotheek op de seniorenflat Talmahoeve, destijds door WTR verleend aan de Gemeente en gevestigd bij notariële akte van 16 januari 1979, al dan niet teniet is gegaan met het aflossen van de geldlening gesloten tussen WTR en de Rijkspostspaarbank.

De beantwoording van deze vraag vergt uitleg van de hypotheekakte van 16 januari 1979. Volgens vaste rechtspraak komt het bij de uitleg van notariële akten aan op de in de akte tot uitdrukking gebrachte partijbedoeling, die moet worden afgeleid uit de in de akte gebezigde bewoordingen, uit te leggen naar objectieve maatstaven in het licht van de gehele inhoud van de akte (HR 22 oktober 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM8933). De ratio van deze objectieve uitlegmaatstaf is gelegen in het voor registergoederen geldende stelsel van publiciteit. Derden moeten kunnen afgaan op hetgeen in een in de openbare registers ingeschreven akte is vermeld (HR 8 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1511).

Op basis van een objectieve uitleg van de bewoordingen van de hypotheekakte concludeert de rechtbank dat het recht van hypotheek slechts is gevestigd tot zekerheid van nakoming door WTR van de door de Gemeente gegeven garantie voor de geldlening tussen WTR en de Rijkspostspaarbank. Alleen naar deze geldlening wordt immers expliciet verwezen. Uit de tekst van de hypotheekakte kan niet worden afgeleid dat tevens is bedoeld andere dan met de Rijkspostspaarbank gesloten leningen te garanderen. Daarbij is van belang dat het in 1979 ingeschreven borderel betreffende dit hypotheekrecht eveneens expliciet de geldleningsovereenkomst tussen WTR en de Rijkspostspaarbank is opgenomen.

De hypotheek op Talmahoeve is derhalve gevestigd…