Sign. - Indirecte leeftijdsdiscriminatie gerechtvaardigd? Buiten toepassing laten
betreffende regeling door nationale rechter?


Het Oberlandesgericht Innsbruck (Oostenrijk) heeft de navolgende prejudiciële vragen aan het HvJ EU voorgelegd. 1 Staat het thans geldende Unierecht, inzonderheid art. 21 van het Handvest van de grondrechten (juncto art. 6, lid 1, VEU), het algemeen unierechtelijk rechtsbeginsel (art. 6, lid 3, VEU) van het verbod van discriminatie op grond van leeftijd, en de art. 1, 2 en 6 van richtlijn 2000/78/EG, in de weg aan een regeling in een nationale collectieve arbeidsovereenkomst die oudere werknemers indirect discrimineert doordat zij voor de indeling in de cao-rechtelijke functiegroep, en dientengevolge de bepaling van de hoogte van de beloning, enkel rekening houdt met de bekwaamheid en kennis die die werknemers als stewardessen hebben verworven bij een bepaalde luchtvaartmaatschappij, doch niet met de inhoudelijk gelijke bekwaamheid en kennis die zijn verworven bij een andere, tot hetzelfde concern behorende, luchtvaartmaatschappij? Geldt dit ook voor arbeidsovereenkomsten die zijn gesloten vóór 1 december 2009? 2 K an een nationale rechter een clausule in een individuele arbeidsovereenkomst die indirect in strijd is met art. 21 van het Handvest van de grondrechten, met het algemeen unierechtelijk rechtsbeginsel van het verbod van discriminatie op grond van leeftijd, en/of met de art. 1, 2 en 6 van richtlijn 2000/78/EG - naar analogie van de zaak Rieser en naar analogie van de rechtspraak van het hof inzake de met het kartelrecht strijdige afspraken zoals in de zaak Béguelin - op grond van de horizontale rechtstreekse werking van de grondrechten van de Unie als gedeeltelijk nietig behandelen en buiten toepassing laten?

(…

Verder lezen
Terug naar overzicht