Sign. - Inhouding eigen pensioenbijdrage. Uitleg of aanvulling?


Werkneemster is van oktober 1996 tot en met maart 2004 bij werkgever in dienst geweest. De werkneemster is in oktober 1999 arbeidsongeschikt geworden en ontvangt vanaf oktober 2000 een WAO-uitkering. Op grond van de toepasselijke cao heeft de werkgever een aanvullingsverplichting op de WAO-uitkering. Tot in ieder geval 1 juni 2002 gold voor de werkneemster een vrijstelling voor het betalen van de pensioenpremie. Partijen zijn verdeeld over het antwoord op de vraag vanaf welke datum de werkgever op (de aanvulling van) de WAO-uitkering de eigen bijdrage voor de pensioenpremie mag inhouden. De werkgever heeft die eigen bijdrage ingehouden over de periode van 1 september 2002 tot het einde van het dienstverband. De werkneemster vordert het ingehouden bedrag terug. De kantonrechter heeft de vordering afgewezen. De werkneemster gaat in hoger beroep. Het hof stelt vast dat aan cao-afspraken over de deelneming aan en premies in pensioenen uitvoering wordt gegeven in de bepalingen van de cao en het bij die cao behorende pensioenreglement. De uitleg van die bepalingen geschiedt naar objectieve maatstaven. Het gaat om de kenbare bedoeling van de cao-partijen. Deze norm geldt ook in de situatie waarin aan de arbeidsongeschikte werknemer toegekende rechten wordt gekort. Het hof meent dat niet in de cao uitgewerkte onderwerpen niet door middel van uitleg van afspraken alsnog in die regelingen ingelezen kunnen worden. Pas vanaf 1 januari 2004 is de mogelijkheid geopend om bij arbeidsongeschiktheid een eigen bijdrage aan de pensioenpremie in te houden. Echter, onduidelijk is hoe om te gaan met bestaande uitkeringen en vrijstellingen, temeer nu door het pensioenfonds een premievrije pensioenopbouw is toegezegd. Er zijn geen…

Verder lezen
Terug naar overzicht