Sign. - Inlener is aansprakelijk voor schade werknemer wegens verkeersongeval; verzekeringsplicht


Werknemer heeft de materiële werkgever, (de rechtsvoorganger van) Licotec, aansprakelijk gesteld voor de door hem geleden schade. Tussen werknemer en Licotec bestond geen arbeidsovereenkomst. Licotec maakte gebruik van de arbeidskracht van werknemer die formeel in dienst was van Vonk. Het hof oordeelt als volgt. Dat de maximum toegestane arbeidsduur is overschreden staat naar het oordeel van het hof vast. De reistijd moet als volledige werktijd worden aangemerkt, nu vast staat dat deze uren ook (als overuren) worden uitbetaald. De stelling van Licotec dat werknemer ’s ochtends op de heenweg het busje niet heeft bestuurd en toen heeft kunnen slapen – wat daarvan verder ook zij – maakt dat niet anders evenmin als de stelling van Licotec dat dergelijke lange dagen in de bouwwereld gebruikelijk zijn, nog daargelaten de juistheid daarvan. Door van werknemer te verlangen dat hij samen met zijn naaste collega alsmede de twee werknemers van Licotec, na afloop van een werkdag, waarbij het aantal gewerkte uren de maximumduur had overschreden, in het door Licotec ter beschikking gestelde busje in het drukke gemotoriseerde verkeer met alle risico’s van dien naar Didam zou rijden, is Licotec tekortgeschoten in haar zorgplicht. Dit geldt temeer nu zij heeft nagelaten ten behoeve van werknemer als bestuurder een deugdelijke verzekering af te sluiten. Licotec stelt dat haar aansprakelijkheid van een geheel andere orde is dan de op art. 7:611 BW gegronde aansprakelijkheid van de formele werkgever (Vonk) en dat daarom de draagplicht (in zijn geheel) bij de formele werkgever moet blijven. Dat betoog volgt het hof niet. Uit hetgeen hiervoor is overwogen volgt dat naar het oordeel…

Verder lezen
Terug naar overzicht