Sign. - Instemming beëindiging dienstverband na opleggen loonsanctie is benadelingshandeling. Tijdelijke gehele weigering van WW-uitkering


Deze uitspraak van de Centrale Raad is de eerste gepubliceerde uitspraak over de WW-gevolgen van het tijdens de periode waarover een loonsanctie is opgelegd aan de werkgever, instemmen met beëindiging van een dienstverband door werknemer. Dit is een benadelingshandeling, opgenomen in art. 24 lid 10 WW, welke losstaat van de vraag naar de verwijtbaarheid van de werkloosheid. De casus was als volgt. Werkneemster is in november 2006 uitgevallen voor haar werkzaamheden als secretaresse. Na een gedeeltelijke re-integratie is zij in januari 2008 wederom volledig uitgevallen. De werkneemster heeft in juli 2008 haar werkgever een voorstel gedaan om tot beëindiging van het dienstverband te komen. Partijen zijn het er eind juli 2008 over eens geworden dat het dienstverband beëindigd dient te worden, zij het dat over de voorwaarden nog verder moest worden onderhandeld. Op 14 augustus 2008 heeft UWV aan werkgever een loonsanctie van een jaar (tot 2 november 2009) opgelegd, omdat deze te weinig aan re-integratie had gedaan. Op 11 september 2008 hebben partijen een beëindigingsovereenkomst getekend, op grond waarvan de arbeidsovereenkomst per 1 maart 2009 met wederzijds goedvinden is geëindigd. Op 3 maart 2009 vraagt werkneemster een WW-uitkering aan, welke door UWV wordt geweigerd voor de periode van 1 maart 2009 tot 2 november 2009 (einde loonsanctie). Werkneemster heeft aangevoerd dat er voor haar een deugdelijke grond was om in te stemmen met het beëindigingsovereenkomst, omdat voortzetting van het dienstverband van haar niet te vergen was vanwege de starre, ziekmakende houding van de werkgever ten aanzien van haar re-integratie. Er bestond derhalve een acute medische noodzaak voor de beëindiging van…

Verder lezen
Terug naar overzicht