Sign. - Internationale borgtocht


De maatstaf voor beoordeling van een vordering tot erkenning van een buitenlands vonnis ex art. 431 lid 2 Rv heeft twee elementen. In de eerste plaats moet aan de buitenlandse rechter op een internationaal aanvaardbare grond rechtsmacht zijn toegekomen. Ten tweede mag erkenning van de buitenlandse beslissing niet in strijd zijn met de Nederlandse openbare orde. Deze voorwaarde houdt onder andere in dat sprake moet zijn geweest van een behoorlijke rechtspleging bij de buitenlandse rechter. Ten aanzien van het betoog dat erkenning van het Russische vonnis in strijd is met de openbare orde omdat de echtgenote van gedaagde (in conventie) geen toestemming heeft verleend tot het aangaan van de overeenkomst van borgtocht die ten grondslag ligt aan het Russische vonnis, stelt de rechtbank allereerst vast dat de overeenkomst van borgtocht ingevolge een rechtskeuze in de akte van borgtocht wordt beheerst door Russisch recht. Voor zover gedaagde betoogt dat naar Nederlandse maatstaven een overeenkomst van borgtocht die zonder toestemming van de andere echtgenoot is gesloten, nietig is wegens strijd met de openbare orde, ziet hij eraan voorbij dat uit de art. 1:88 en 1:89 BW in onderling verband volgt dat zodanige overeenkomst in beginsel geldig is, maar dat de andere echtgenoot een beroep op vernietiging daarvan kan doen. kennelijk heeft de echtgenote van gedaagde bij de Russische rechter een vordering ingesteld tot nietigverklaring van de overeenkomst van borgtocht en heeft deze die vordering afgewezen. In het vonnis zijn overwegingen opgenomen met betrekking tot het standpunt van de echtgenote van gedaagde dat de overeenkomst van borgtocht niet geldig is. Daarbij is vermeld dat de echtgenote een procedure tot nietigverklaring van de overeenkomst van borgtocht aanhangig had gemaakt…

Verder lezen
Terug naar overzicht