Sign. - Internationale cessie


De vraag of een rechtsgeldige cessie tot stand is gekomen moet ex art. 12 lid 1 EVO worden beantwoord op basis van het op de overeenkomst tot cessie toepasselijke recht (HR 16 mei 1997, «jOR» 1997/77). Bij ontbreken van een afwijkende rechtskeuze moeten ex art. 4 EVO zowel het "Factoringvertrag" als de daaruit voortvloeiende verkopen van de in dit geding aan de orde zijnde vorderingen, geacht worden te worden beheerst door Duits recht. Zowel eiseres als AFK Duitsland waren ten tijde van het sluiten van het Factoringvertrag en de uitvoering ervan, in Duitsland gevestigd. Naar Duits recht is voor cessie mededeling aan de debiteur geen constitutief vereiste. Ontbreken van mededeling staat dus niet in de weg aan de rechtsgeldigheid van de gestelde cessie. De cessie is evenmin ongeldig vanwege strijdigheid met de inkoopvoorwaarden. De vraag of de gestelde vorderingen vatbaar waren voor cessie, moet ex art. 12 lid 2 EVO worden beantwoord door het op de betreffende vorderingen toepasselijke recht, Nederlands recht. Naar Nederlands recht kunnen partijen de overdraagbaarheid van vorderingen goederenrechtelijk uitsluiten of obligatoir verbieden. Een obligatoir verbod heeft niet direct goederenrechtelijke werking. Zowel de bewoordingen als de relevante tekst van art. 21 lid 3 van de inkoopvoorwaarden, inhoudende dat de verkoper (AFK Duitsland) zijn rechten niet "zal" overdragen, duiden op een (obligatoir) verbod, niet op (goederenrechtelijke) onoverdraagbaarheid. De inkoopvoorwaarden staan dus niet  in de weg aan de rechtsgeldigheid van de gestelde cessie. Orval juicht het oordeel van de rechtbank vanuit internationaal perspectief toe en licht toe waarom.
(Rb. Utrecht 2 maart 2011…

Verder lezen
Terug naar overzicht