Sign. - Inzagebevoegdheid AFM


Nadat het OM een strafrechtelijk onderzoek is gestart, waarbij A, B, C en D als verdachten zijn aangemerkt, is de AFM een onderzoek gestart naar de activiteiten van A, C en E om te achterhalen of zij in strijd met art. 2:96 lid 1 Wft in Nederland zonder vergunning beleggingsdiensten verlenen of verrichten. Omdat A, C en E hebben geweigerd te voldoen aan de verzoeken van de AFM om toegang te verlenen tot hun digitale bestanden, heeft deze hun een last onder dwangsom opgelegd. In kort geding komen zij op tegen deze last. Vraag is nu hoe ver de inlichtingen- en inzagebevoegdheid van de AFM gaat. Ingevolge art. 5:16 Awb is een toezichthouder bevoegd inlichtingen te vorderen. Art. 5:16 Awb en 1:74 Wft bieden de toezichthouder geen bevoegdheid tot het vorderen van zakelijke (elektronische) gegevens en bescheiden, zij zien op mondelinge dan wel schriftelijke inlichtingen. De corresponderende medewerkingsplicht van art. 5:20 Awb reikt niet verder dan het naar waarheid mondeling of schriftelijk beantwoorden van vragen. Art. 1:74 Wft heeft geen verdergaande strekking dan dat die inlichtingenvordering ook door de AFM zelf kan worden gedaan en dat op de onder toezicht staande (rechts)persoon de plicht rust de gestelde vragen naar waarheid te beantwoorden. In het licht van art. 5:17 lid 3 en de daarmee in art. 5:20 lid 1 Awb corresponderende medewerkingsplicht strekt de inzagebevoegdheid ertoe dat de toezichthouder ter plaatse toegang wordt verschaft en inzage wordt gegeven in zakelijke (elektronische) gegevens en bescheiden opdat de toezichthouder daarvan kopieën…

Verder lezen
Terug naar overzicht