Sign. - Juridische misslag ten aanzien van dwangsom (Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 13 juni 2017, ECLI:NL:GHARL:2017:5114 (publicatiedatum 22 juni 2017))


De vader van een minderjarige heeft om vaststelling van een omgangsregeling tussen hem en de minderjarige verzocht. In dit geding is aan de orde het verzoek van de moeder om schorsing te bevelen van de werking van de bestreden beschikking van 30 januari 2017, voor wat betreft de beslissing omtrent de omgangsregeling en de dwangsom. Het hof schorst de werking van de beschikking van de rechtbank voor zover het de beslissing omtrent de dwangsom betreft.

Het hof stelt het volgende voorop onder verwijzing naar HR 20 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:688 en HR 30 mei 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC5012.

(i) De verzoeker moet belang hebben bij de door hem verzochte schorsing van de tenuitvoerlegging van de beschikking.

(ii) Bij de beoordeling van een verzoek tot schorsing van de tenuitvoerlegging van een beschikking moeten de belangen van partijen worden afgewogen in het licht van de omstandigheden van het geval. Daarbij moet worden nagegaan of op grond van die omstandigheden het belang van de veroordeelde bij behoud van de bestaande toestand tot op het hoger beroep is beslist, zwaarder weegt dan het belang van zijn wederpartij bij (voortzetting van) de tenuitvoerlegging van de beschikking. Indien de beslissing de veroordeling tot betaling van een geldsom betreft, is het belang van de schuldeiser bij de uitvoerbaarverklaring bij voorraad in beginsel gegeven.

(iii) Bij deze belangenafweging moet worden uitgegaan van de bestreden beslissing en van de daaraan ten grondslag liggende vaststellingen en oordelen, en blijft de kans van slagen van het hoger beroep in beginsel buiten beschouwing.

(iv) Indien de rechtbank in eerste…

Verder lezen
Terug naar overzicht